Help! Onze grootste nachtmerrie

Het is bijna etenstijd en rustig in huis. Elias is net herstellende van een dag koorts en ziek zijn, en Joah lijkt net te beginnen. We hebben ’s ochtends samen een sneeuwpop gemaakt (zie foto), maar hij heeft de hele middag geslapen op de bank, iets wat hij normaal gesproken nooit zou doen. Allebei zitten ze nu onder een dekentje te kijken naar een kinderfilmpje. Maar opeens valt me (Frankwin) op dat Joah een beetje vreemd doet. Ik kijk zijn kant op en krijg de schrik van m’n leven! Zijn lichaam schokt oncontroleerbaar en zijn ogen, neus en mond maken allemaal gekke bewegingen. Uit zijn keel komen geluiden alsof hij geen adem krijgt. Ik spring direct op en pak hem in mijn armen, hij voelt gloeiend heet aan, ik verhoog zijn hoofd op mijn schoot terwijl ik slijm uit zijn mond verwijder met mijn vinger. Hij reageert niet op zijn naam en lijkt niet aanwezig. Ik heb Marieke erbij geroepen en in paniek proberen we te bedenken wat we moeten doen. Ze maakt een kort filmpje om aan een dokter te kunnen laten zien, contacteert onze enigszins Engelssprekende arts en lokale vrienden. Joah lijkt wat rustiger te worden. Wij beseffen dat het waarschijnlijk een koortsstuip was, maar zeker weten doen we dat natuurlijk niet. De dokter adviseert naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan (en dus niet naar hem). Ik stop er een zetpil in vanwege de hoge koorts, pak snel een tas met contant geld, paspoorten, verzekeringsbewijs en wat andere dingen.

Onze nachtmerrie lijkt even werkelijkheid; in een vreemd land en cultuur naar de Eerste Hulp met je kind. En alsof dat nog niet het ergste was; Alles is flink dicht gesneeuwd, er wordt hier niet gestrooid (wel geveegd op kruispunten), en het is spitsuur. De ambulance kan je ook vergeten want niemand hier gaat aan de kant en ze zijn vaak niet beschikbaar. Er zit dus maar één ding op: met je kind, waar ik weet niet wat mee aan de hand is, in de taxi.

Wachtend op een taxi

Dus terwijl Marieke met Elias thuis blijft, lopen wij 10 minuten om op een kruispunt te komen waar we hopelijk een taxi kunnen krijgen. Maar waar er normaal gesproken elke paar minuten wel eentje voorbij komt, lijkt het nu hopeloos te zijn. We zien wel wat taxi’s voorbij komen, maar die zitten allemaal al vol. We kijken of onze Didi app ons kan helpen, dat is een soort Uber, maar helaas; Meer dan 40 wachtenden voor ons. Intussen sneeuwt het door en wordt Joah kouder en kouder.
50 minuten later pas zitten we in een taxi.

Aangekomen bij het ziekenhuis zegt onze Chinese vriendin dat ik eerst een pasje moet halen anders wordt ik niet geholpen. In ons ‘eigen’ ziekenhuis werken dingen net iets meer zoals in Nederland dus ik reageer een beetje verbaasd. Na even wachten en dringen naar de balie, waar mensen op z’n Chinees niet netjes in een rij staan, ben ik aan de beurt. Ik vraag om een kaart en er wordt me gevraagd met hoeveel ik hem wil opladen. “huh, wat?” “Je moet er geld op zetten” “Hoezo??” “Om te betalen”. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, hoor ik dat ik blijkbaar van tevoren moet inschatten hoeveel ik denk dat het gaat kosten en pre-paid de zorg betalen. Ik was op dat moment erg blij dat ik snel nog even Y500 in de tas had gedaan en zoek in mijn tas naar het geld. Terwijl ik dat doe, dringt er een mevrouw voor die eventjes tussendoor haar kaart wil opladen. Dat altijd-aanwezige-en-stilletjes-frustrerende stukje van de cultuur kon ik er écht even niet bij gebruiken en heel slecht zeg ik boos tegen haar in het Chinees dat ze in de rij moet staan en wachten op haar beurt. Oeps. Je boosheid publiekelijk uiten is not-done.

We vragen aan een ongeïnteresseerde medewerker van de info balie die ondertussen met d’r mobiel speelt waar we moeten wezen. “Weer naar buiten en de eerste deur links”. Wij volgen de instructies, maar die deur zit al op slot. Het is inmiddels donker buiten. Wij glibberen weer terug door de sneeuw en ijs (nog steeds Joah in mijn armen dragend). “Oh dan moet je verder doorlopen en het daar maar proberen”. Wij weer terug en gelukkig, open deur. We lopen binnen en het blijkt al de kinder afdeling te zijn. Het ruikt hier lekker naar urine overal, een beetje alsof je in een openbaar toilet naar de dokter gaat.

 

Dokterskantoor

We melden ons aan en wachten op onze beurt. We kunnen gelukkig snel geholpen worden en komen één van de kamertjes binnen, waar ondertussen ook andere mensen gewoon rondhangen. Geen idee wat die daar eigenlijk doen. De dokter die ons helpt blijkt al snel niet veel te kunnen doen. Ze heeft geen temperatuur meter, vraagt bijna nergens naar, kijkt niet eens naar Joah en noemt een lijstje op dat regelrecht van internet kon komen. “Het zou een koortsstuip kunnen zijn, maar ook epilepsie, of kroep, of iets anders.” Tsja dat wist ik ook wel. “Je moet nu wat medicijnen tegen de koorts nemen, daarna bloedonderzoek en dan een CT scan en een paar dagen blijven.” Volgende patient. Het vervelende in dit soort situaties is dat ik me moet afvragen of dit advies oprecht is om Joah te helpen, of om hun portemonnee te vullen. De volgende klant loopt ondertussen al binnen en ik kan nog snel vragen hoe nodig die CT scan is, aangezien ik liever geen onnodige straling het kinderlijfje van mijn zoon in wil hebben. “Er is een kleine kans dat het iets oplevert”. Goed, dat doen we dus voorlopig niet, eerst maar eens dat bloedonderzoek.

Bloedonderzoek uitslagen

We lopen naar de andere kant van het ziekenhuis voor medicijnen, en dan weer terug voor het bloedonderzoek. Arme Joah heeft het natuurlijk al niet naar zijn zin met al dat gesjouw terwijl hij ziek is, maar er moet nu ook in hem geprikt worden, waar hij doodsbang voor is. Twee buisjes bloed en veel tranen later hoor ik dat het eerste resultaat na 30 minuten binnen is, en de tweede pas na 3 uur. Er wordt niet gebeld en je kan zelf ook niet bellen. Je moet in persoon de resultaten ophalen. We wachten de eerste resultaten af, waar we uiteraard weer naar de andere kant van het ziekenhuis voor moeten lopen. Je krijgt een lijst met waardes en moet daarmee weer op de dokter wachten, terug naar de andere kant van het ziekenhuis. Weer aan de beurt, bij een andere dokter: “Er is alleen een bacteriële infectie uit het bloed onderzoek gekomen.” Ze adviseert nog 2,5 uur op het tweede resultaat te wachten.
Onze Chinese vriendin geeft nog aan, weer alsof het heel normaal is, dat als we morgen terug komen, we meer kunnen betalen om een betere dokter te krijgen.

Het zet me wel aan het denken over hoe gezegend Nederland eigenlijk is met geweldige ziekenhuizen, goede zorg, efficiënte infrastructuur, zorgverzekeringen en tijd voor persoonlijke aandacht. Ik besef me dat we erg gezegend zijn met het feit dat we normaal gesproken naar een prive kliniek kunnen gaan, waar we netjes en vlot geholpen worden, dat ik nog veel moet leren over leven in dit land, dat er veel dingen zijn die ik nooit zal begrijpen, en dat ik door alles heen me niet moet laten verleiden gefrustreerd te reageren, maar rustig te blijven en vertrouwen dat Papa erbij is.

Intussen lijkt het met Joah steeds wat beter te gaan.
We besluiten dat we nu niet veel wijzer kunnen worden en dat het beste voor Joah is om gewoon naar huis te gaan.
Als we terug thuis komen ’s avonds, heeft hij grote praatjes. ‘Oh, en ik heb nog geen avondeten gehad!’ Hij wil rozijntjes, rijst en daarna, om 11 uur ’s avonds, komt de meest geruststellende opmerking van die dag: ‘Mag ik nog een toetje?’

De volgende dag ben ik de uitslagen van het bloedonderzoek op gaan halen. Een echte diagnose is er nooit gekomen. We hebben nog even contact met onze eigen arts; hoogstwaarschijnlijk was het inderdaad een koortsstuip. We zijn blij dat we dit avontuur weer achter ons kunnen laten en om het te vieren eten we de volgende dag samen frietjes.

Kinderen aan het infuus. Er liepen veel ouders rond op de afdeling die zakjes omhoog hielden en met hun kind snelden naar deze ruimte.

 

Hier liepen we toevallig langs. Chinese ziekenhuizen zijn vaak erg vol, waardoor bedden op de gang beschikbaar zijn. Een kennis van ons is bijna bevallen op zo’n bed.

 

Bloedonderzoek hok. Arm erin steken en prikken maar! Gelukkig was de zuster bereid een pleister te knutselen. Normaal gesproken krijg je een wattenstaafje.